Vergeet slappe bakkersvlaaien met een droge bodem.
Deze taart combineert een knapperige speculoosbodem met een dikke laag stevige vanillepudding en een brosse crumble.
Hij is belachelijk makkelijk te maken, kan amper mislukken en snijdt in strakke punten.
Voor de speculoosbodem:
250 gram speculoos (fijngemalen).
100 gram ongezouten boter (gesmolten).
Voor de puddingvulling:
750 ml volle melk.
100 gram pudding poeder (vb. Imperial).
125 gram suiker.
Voor de crumble topping:
100 gram bloem.
75 gram koude boter (in blokjes).
50 gram lichtbruine basterdsuiker.
50 gram speculoos (grof verkruimeld).
Om te drizzlen over de taart: 75 gram speculoospasta

Verwarm de oven voor op 175°C en span een velletje bakpapier over de bodem van een springvorm (ca. 22 cm).
Meng de fijngemalen speculoos met de gesmolten boter.
Stort dit in de vorm en druk het stevig aan op de bodem met de bolle kant van een lepel of de onderkant van een glas. Zet de vorm even in de koelkast.
Maak de puddingvulling. Meng het puddingpoeder en de suiker met een scheutje van de koude melk tot een glad papje.
Breng de rest van de melk in een pan aan de kook.
Haal de pan van het vuur, giet het puddingpapje er al roerend met een garde bij en zet terug op een laag vuur. Blijf 1 minuut flink doorkloppen tot je een dikke pudding hebt. Giet de warme pudding direct over de koude koekjesbodem en strijk glad.
Maak de crumble door de bloem, de blokjes koude boter en de suiker met je vingertoppen kort en snel te wrijven tot een kruimelig deeg.
Schep de grof verkruimelde speculoos er luchtig doorheen en strooi deze crumble royaal over de hete puddinglaag.
Bak de taart 25 tot 30 minuten in het midden van de oven tot de kruimels goudbruin en knapperig zijn. Laat de taart volledig afkoelen op het aanrecht en zet hem daarna nog minimaal 2 uur in de koelkast.
Snijd hem pas aan als hij door en door koud is, anders stroomt je warme pudding er alsnog uit. Verwarm optioneel de speculoospasta om over de taart te drizzelen.


Geef een reactie